3
Al meer dan twee jaar was Dichter bezig met zijn droom: het schrijven van een dichtbundel. Er ging geen dag voorbij of hij dacht er aan. Tijdens wandelingen viel hem soms een regel in, andere keren waren het losse woorden die volgens hem poëtische potentie hadden.
Hij pakte dan uit zijn kontzak het kleine potloodje van Ikea (het paste fijn in zijn broek en gaf geen inktvlekken) en het opschrijfboekje dat hij sinds kort altijd bij zich droeg.
Hij schreef op wat hem te binnen was geschoten. Op zulke momenten voelde hij zich ten diepste dichter. Hij hoefde de aantekeningen alleen nog maar te verwerken tot een gedicht.