Een zomerwind bolde
de bloemetjesjurk van een vrouw.
Ik was plots weer zes
en zat achterop de fiets
in de luwte van je rug,
mijn handen vastgeklemd
op je bewegende heupen.
Ik zag de jurk met bloemen
nu eens klevend aan je benen
dan weer opbollend
als een kleine parachute.
Opeens was er alleen nog
het suizen van de wind.
Ik zweefde.